Deel 1 van feuilleton De Velser Driehoek

Het opstaan valt hem toch een tikje zwaar deze morgen. Het is kwart over vijf zegt de jengelende wekker, maar het lijkt wel alsof hij nog maar net in bed ligt. ‘De Nieuwjaarsreceptie van het Witte Theater heeft er ook dit jaar weer flink ingehakt’, denkt hij bij zichzelf, ‘vanavond maar niet te lang in het stadhuis blijven hangen’. Hij rekt zich uit en gaat op de rand van zijn bed zitten. Daar zit hij, Dirk van Velzen, 55 jaar geleden in het Anthonius Ziekenhuis aan de IJmuidense Zeeweg geboren en ondanks een zwakke rug nog altijd gezond van lijf en leden.
Hij staat op, loopt naar de keuken en zet het koffiezetapparaat aan dat hij gisteravond al heeft gevuld met water en koffie. Na een snelle douche geurt de koffie hem tegemoet en hij kleedt zich snel aan met de kleren die hij gistermiddag al heeft klaargelegd. Terwijl hij op het aanrecht een boterhammetje kaas en een pakketje brood voor onderweg maakt, drinkt hij koffie. Na het ontbijt pakt hij zijn winterjas, sjaal en kozakkenbontmuts en verlaat dik ingepakt zijn appartement. Hij loopt twee trappen naar beneden en beent naar de schuur om zijn fiets te pakken. Buiten blijkt hij zich terecht dik te hebben ingepakt. De tochtige Lange Nieuw ligt er donker, guur en onprettig bij. Hij doet het licht van zijn fiets aan en trapt tegen een snijdend koude wind in naar de zijn werk.
Daar aangekomen blijkt hij ondanks het vroege uur één van de laatsten te zijn. Hij roept vrolijk ‘goedemorgen’ tegen iedereen en meldt zich bij het bureau. ,,Hé, Dirk’’, zegt het bureauhoofd vriendelijk, ,,Gelukkig Nieuwjaar.’’ Ze kijkt hem even aan en vraagt met de moederlijke bezorgdheid die haar zo eigen is: ,,Was het laat gisteravond?’’ Hij wenst haar eerst gelukkig nieuwjaar en vertelt wie hij allemaal heeft gezien in het Witte Theater. Hij heeft het eigenlijk alleen maar over gezichten die hij heeft herkend, want hij kent bijna geen van de vaste bezoekers. Hij gaat eigenlijk alleen maar naar recepties om er even uit te zijn, maar dat hoeft het bureauhoofd niet te weten. ,,Weet je dat ik hier vandaag dertien jaar geleden ben begonnen’’, zegt het bureauhoofd met een mok koffie in haar hand. ,,Wat gaat de tijd toch snel he. Hoe lang werk jij hier inmiddels?’’ Hij moet even rekenen. ,,Drie jaar en vier maanden’’, zegt hij.
Het terugrekenen is niet heel moeilijk. Vier jaar geleden raakte hij na diverse periodes in de ziektewet vanwege zijn slechte rug zijn baan kwijt. Het garagebedrijf in IJmuiden waar hij vijftien jaar had gewerkt ging op de fles. Op zijn verjaardag nog wel, riep zijn baas het personeel bijeen en met tranen in zijn ogen vertelde hij dat het voorbij was. Hij was failliet. Hij moest zijn zes medewerkers op straat zetten.
Dirk had zich daarop afgevraagd wat hij verder in het leven wilde en bedacht dat hij een klein baantje zou nemen om de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te kunnen betalen. Hij woonde alleen, had een lage huur en kon leven van weinig. Maar ja, de banen lagen niet voor het oprapen en zeker niet voor iemand van zijn leeftijd. Van een buurjongen hoorde hij dat er op diens werk mensen nodig waren en nog dezelfde dag had hij zich daar gemeld. Hij kon de volgende dag beginnen. Het was simpel werk en dat kwam goed uit, want Dirk had nooit enige opleiding genoten. Het verdiende niet genoeg, maar omdat hij elke dag vroeg op moest en vroeg klaar was had hij ‘s middags tijd om wat bij te klussen. Zo was het gekomen dat hij nu alweer drie jaar en vier maanden zes dagen in de week vroeg op staat om met zijn fiets naar de uitdeelpost te rijden, zijn stapel na te tellen en op pad te gaan. Hij fietst dan met volle tassen door weer en wind naar Velsen-Zuid om bij de adressen die hij inmiddels uit zijn hoofd kent een exemplaar van de IJmuider Courant in de brievenbus te deponeren. Dirk is krantenbezorger.